Hoe werkt vermenigvuldigen

Hoe moet je vermenigvuldigen?

Bij de tafels van vermenigvuldigen tellen we eigenlijk een getal meerdere keren bij zichzelf op.

Een makkelijk voorbeeld is 3 x 1. We gaan dus 3 keer 1 optellen. De uitkomst is 3 want:

1 + 1 + 1 = 3

In een vermenigvuldiging zegt het eerste getal dus hoe vaak je het tweede moet optellen. Toch mag je de vermenigvuldiging ook omdraaien.

2 x 5 = 10 want 5 + 5 = 10
en
5 x 2 = 10 want 2 + 2 + 2 + 2 + 2 = 10

Vermenigvuldigen uit het hoofd

Vermenigvuldigingen zijn pas echt handig als je ze snel kan uitwerken. Daarom is het belangrijk dat je de tafels van vermenigvuldiging goed kent.

Enkele tips die het onthouden van de tafels makkelijker maken:

  • x 1 geeft steeds hetzelfde getal
    Bijvoorbeeld: 5 x  1 = 5
  • x 10 geeft hetzelfde getal met een nul achter
    Bijvoorbeeld: 3 x 10 = 30
  • x 0 geeft steeds nul want je telt nul keer een getal op.
    Bijvoorbeeld: 9 x 0 = 0

Wie al goed kan optellen en aftrekken kan zelf nog veel meer “trucjes” vinden. Vermenigvuldigen met 9 is bijvoorbeeld hetzelfde als vermenigvuldigen met 10 en één keer het eerste getal aftrekken:

4 x 9 = 36
want
4 x 10 = 40 en 40 – 4 = 36

Wil je echt goed worden in de maaltafels, dan kan je best veel oefenen: maaltafels oefenen

Waarom leren vermenigvuldigen?

Dit hebben al veel jonge studenten zich afgevraagd. Vermenigvuldigen komt je elke dag van pas. Enkele voorbeelden uit het dagelijkse leven:

  • Je hebt 4 bankbriefjes van 5 Euro. Hoeveel Euro heb je in totaal? (4 x 5 = 20)
  • Je wilt 3 toegangsbiljetten van 7 Euro kopen voor de cinema. Hoeveel moet je betalen? (3 x 7 = 21)
  • Je hebt 6 tafels klaargezet voor een groot feest. Rond elke tafel moeten 6 stoelen komen. Hoeveel stoelen heb je in totaal nodig?( 6 x 6 = 36)

Leer ze dus maar goed uit het hoofd. Je zal verbaast zijn hoe handig de tafels van vermenigvuldiging zijn.

Leave a Comment